Vuurdriehoek
Dit zijn de drie vrienden die een brand doen starten en blijven branden:
1. Zuurstof (de adem van vuur)
Vuur heeft lucht nodig om te 'ademen'. Zuurstof is een gas dat in de lucht zit.
Onze gewone lucht bestaat voor ongeveer 21% uit zuurstof. Dat is precies genoeg voor een vlam om lekker te branden.
Als er te weinig zuurstof is – minder dan 15% – dan stopt de vlam met branden en dooft hij. Daarom kun je een klein vuurtje blussen door er een deken overheen te gooien: je neemt de zuurstof weg!
2. Brandstof (het voedsel van vuur)
Brandstof is alles wat kan branden. Denk eens rond in je huis of op school: alles wat je ziet, kan in principe brandstof zijn!
De brandstof wordt verdeeld in verschillende groepen, afhankelijk van wat het is:
- Groep A: Vaste Stoffen: Dit is de makkelijkste groep. Denk aan houtblokken in de open haard, papier, kleding, meubels.
- Groep B: Vloeistoffen en Smeltende Stoffen: Dit zijn dingen die vloeibaar zijn, zoals benzine, olie, of vet in de frituurpan.
- Groep C: Gas: Dit zijn gassen zoals aardgas (om te koken of te verwarmen), butaan of LPG.
- Groep D: Lichte Metalen: Sommige speciale metalen kunnen ook branden, zoals magnesium of aluminiumpoeder.
- Groep E: Elektrische Installaties: Dit gaat over stroom en apparaten, bijvoorbeeld je computer of de meterkast. Een kortsluiting kan een brand veroorzaken!
3. Energie of warmte (de vonk of startknop van vuur)
Je hebt een 'startknop' nodig om de brandstof warm genoeg te maken. Die startknop is warmte of energie.
De temperatuur die nodig is, hangt af van de brandstof. Een stuk papier brandt sneller dan een dikke houten balk.
Soms is er maar een heel klein beetje warmte voor nodig om een brand te starten. Denk aan een lucifer, een kleine vonk van een overbelast stopcontact, of zelfs de gloeiende punt van een sigaret.
Onthoud dit: Vuur heeft drie dingen nodig om te branden.
Het eerste is zuurstof uit de lucht.
Het tweede is brandstof, zoals hout of papier. Ook benzine, gas en stroom kunnen branden.
Het derde is warmte om te starten. Een lucifer of vonk kan genoeg zijn.
Haal er één weg en het vuur is uit! Dat is het geheim van de vuurdriehoek.
Een brandweerman laat zien hoe je een brand op drie verschillende manieren kan doven. Hij neemt telkens 1 vriend van de vuurdriehoek weg.
Wat als je kledij in brand staat?
1. Stop:
Als je merkt dat je kleding in brand staat, STOP dan meteen! Niet rennen, want dan wordt het erger.
2. Val:
Ga snel op de grond liggen. Hierdoor is er minder kans dat het vuur bij je gezicht komt.
3. Rol:
Als je op de grond ligt, begin je als een worstelrol te bewegen. Je rolt van de ene kant naar de andere. Dit doet twee belangrijke dingen:
Doven: Door te rollen doof je het vuur. Je drukt de vlammen als het ware uit met je lichaam en de grond.
Adem: Door te rollen, bescherm je ook je ademhaling. Het vuur gaat weg van je gezicht en je ademt minder rook in.
Doe dit altijd als je kleren vuur vatten. Het helpt om snel het vuur te doven en jezelf veilig te houden.
Onthoud: STOP, VAL en ROL!